Waarom een notaris handig is bij grote schenkingen

Kan de gift van een inmiddels overleden schenker aan zijn dochter van € 100.000,- aangemerkt worden als een dringende verplichting van moraal en fatsoen, of anders gezegd voldeed schenker jegens zijn dochter aan een natuurlijke verbintenis? Deze vraag kreeg de rechter voorgelegd.

Schenker was afhankelijk met afnemende geestestoestand

Tijdens de zitting is vastgesteld dat de schenker een eenzame oudere man met duidelijke van een afnemende geestestoestand. Ook was er overmatig alcoholgebruik in het spel dat de wil van de schenker heeft kunnen beïnvloeden. Gezien het contact tussen schenker en deze dochter was zij op de hoogte van de geestelijke en lichamelijke situatie van haar vader en diende zij zich ervan bewust te zijn dat haar vader in zekere mate van haar afhankelijk was. Dit volgt uit de ziekenhuisbezoeken van erflater, waarbij zij veelal aanwezig was, en het contact wat zij had met zorgmedewerkers rond haar vader. Tijdens de zitting had deze dochter aangegeven dat haar vader in zijn laatste levensfase afhankelijk was van haar zorg.

In het kader van de informele zaakwaarneming door deze dochter voor haar vader had van haar in alle redelijkheid mogen worden verlangd dat zij zorgvuldiger had gehandeld in het kader van het door haar gevoerde beheer en de daarmee gepaard gaande giften van haar vader aan haar. Van haar had mogen worden verlangd dat als haar vader aanzienlijke bedragen aan haar had willen schenken dat zij daarbij een notaris had ingeschakeld die met erflater in een vier ogen gesprek zijn wensen had vastgelegd.

Volgens de rechter ontbreekt iedere objectieve toetsing of de vermogensoverheveling van vader naar deze dochter ook de wens was van vader en of hij de reikwijdte van zijn handelen heeft kunnen overzien. In de periode vanaf medio 2014 tot aan het overlijden van schenker is nagenoeg het volledige vermogen van erflater overgegaan naar deze dochter. De schenking van het bedrag van € 100.000,- is niet bij notariële akte gedaan. Ook de opnames in 2015 en de schenkingen in 2015 aan deze dochter en haar familieleden duiden duidelijk op het laten verdampen van het vermogen van schenker ten gunste van deze . Naar het oordeel van de rechter rust thans op deze dochter – als begiftigde – de bewijslast om te bewijzen dat de schenkingen niet door misbruik van omstandigheden hebben plaatsgevonden.

Omkering bewijslast als er geen notariële akte is

In de wet (7:176 BW) staat de volgende bepaling: “lndien de schenker feiten stelt waaruit volgt dat de schenking door misbruik van omstandigheden is tot stand gekomen, rust bij een beroep op vernietigbaarheid de bewijslast van het tegendeel op de begiftigde, tenzij van de schenking een notariële akte is opgemaakt of deze verdeling van de bewijslast in de gegeven omstandigheden in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid zou zijn.” 

Deze dochter komt hiermee in een hele moeilijke bewijspositie. Het is bijna onmogelijk om aan te tonen dat er namelijk geen misbruik van omstandigheden is geweest. Het is vergelijkbaar met bewijzen dat je nooit in Parijs bent geweest. Een bezoekje aan de notaris had de bewijslast omgedraaid en alle discussie kunnen voorkomen.

Wil je dit jaar nog schenken bekijk hier het overzicht van de schenkingsvrijstellingen in 2021. Hier de schenkingsvrijstelling voor 2022.

Lees de volledig uitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2021:2383

energielabel

435 euro boete bij ontbreken geldig energielabel

Op 1 november 2021 is de boete voor het ontbreken van een geldig energielabel verhoogd naar 435 euro. Dit was 170 euro. De stijging van de boete heeft te maken met de stijging van de kosten voor het energielabel.

Wanneer moet je een energielabel hebben?

In beginsel moet iedereen die een woning te koop aanbiedt een geldig energielabel hebben. Deze moet overgedragen worden bij het tekenen van de koopovereenkomst.

Uitzonderingen voor een energielabel

Voor een aantal gebouwen is een energielabel NIET verplicht. Dit zijn:

  • beschermde monumenten conform de Erfgoedwet of volgens een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening;
  • kerken en moskeeën;
  • vrijstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte tot 50 m2
  • (agrarische) bedrijfspanden bedoeld voor opslag of bewerking (fabriekshallen);
  • gebouwen die ten hoogste 2 jaar in gebruik zijn (zoals bouwketen, noodwinkels, noodlokalen bij scholen);
  • recreatiewoningen mits die minder dan 4 maanden per jaar in gebruik zijn. En met een verwacht energieverbruik van minder dan 25% van het verbruik bij permanent gebruik;
  • gebouwen die geen energie gebruiken om het klimaat binnen te regelen, zoals schuren of garages.

 

Samenwoners: Maak duidelijke afspraken over je meerinbreng in de woning

Hans en Linda gaan samenwonen. Zij kopen gezamenlijk een woning (50%/50%). Hans heeft € 15.000,- aan spaargeld en het stel besluit dat zij € 15.000,- minder lenen bij de bank en het spaargeld van Hans gebruiken bij de aankoop van de woning. Hans en Linda leggen verder niks schriftelijke vast over de meerinbreng (vergoedingsrechten) van Hans in de gemeenschappelijke woning. Hans en Linda besluiten na 6 jaar uit elkaar te gaan. Hans wil zijn meerinbreng terug hebben.

Gevolgen meerinbreng gemeenschappelijke woning

De gekochte woning is een gemeenschappelijke woning (3:166 BW). Het is een “eenvoudige” gemeenschap. Wat betekent dat het anders dan bijvoorbeeld een huwelijksgemeenschap het geen afgezonderd vermogen is. Schulden kan je niet verhalen op de eenvoudige gemeenschap maar uitsluitend op Linda in dit geval. Omdat Hans en Linda de woning gezamenlijk hebben gekocht en geen afwijkende afspraken hebben gemaakt zijn zij in hun onderlinge verhoudingen ieder verplicht om voor de helft bij te dragen (6:10 lid 1 BW). Doordat Hans € 15.000,- heeft ingebracht heeft hij € 7.500,- meer voldaan dan noodzakelijk is. Op het moment van betaling ontstaat er regresvordering van Hans op Linda (6:10 lid 2).

Verjaring rechtsvordering tot meerinbreng 

De vordering die Hans op Linda heeft is een regresvordering (6:10 lid 2 BW). In de wet staat dat een regresvordering verjaart na verloop van vijf jaar nadat de vordering opeisbaar is geworden (3:310 BW). Hans kon op het moment van betaling van de € 15.000,- direct zijn vordering van € 7.500,- opeisen bij Linda. Vanaf het moment van betaling is de verjaringstermijn gaan lopen.  Hans had in een samenlevingscontract afspraken kunnen maken over zijn vorderingen. In dat geval was deze niet verjaard. Zijn vordering was ook niet verjaard als hij deze gestuit had.

Nominaal of beleggingsleer

In een samenlevingscontract kan je dus het bedrag van je meerinbreng laten vastleggen door een notaris. Ook kan je daarbij afspraken dat de vordering nominaal is of de beleggingsleer volgt. Als je afspreekt dat de vordering nominaal is dan staat deze los van de waardeontwikkeling van de woning. In het geval van Hans krijg je altijd € 7.500,- terug. Spreek je af dat de beleggingsleer van toepassing is dan kijk je naar de waarde op het moment van investeren en de waarde op het moment van verkoop/verdeling. Is de woning 2 x zoveel waard geworden dan is de vordering van Hans verdubbeld. Uiteraard kan de waardeontwikkeling ook negatief zijn en loopt Hans het risico dat hij minder terugkrijgt dan € 7.500,-. In veel gevallen kiezen stellen voor de nominale vordering. Je krijgt je investering terug en de meerwaarde wordt samen gedeeld.

Samenlevingscontract

Op het moment dat je afspraken niet schriftelijk vastlegt dan kan een rechter dus bepalen dat je, je geld niet terugkrijgt (ECLI:NL:GHARL:2021:4553) of . Voorkom onduidelijkheid en leg meerinbreng afspraken vast in je samenlevingscontract. Hierbij kan je direct afspraken maken over de inboedel en het geld op een en/of rekening (ECLI:NL:GHARL:2021:8479) en nog veel meer andere zaken die financiële gevolgen hebben.